De officiële FCI-rasstandaard van de labrador
Hoe een labrador retriever er idealiter uitziet en zich gedraagt, is internationaal vastgelegd in de FCI-rasstandaard nummer 122. De FCI (Fédération Cynologique Internationale) is de wereldkoepel voor de kynologie. Deze standaard vormt de basis waarop fokkers en keurmeesters het ras beoordelen.
Indeling en herkomst
De labrador retriever valt onder FCI-groep 8 (Retrievers, Spaniels en Waterhonden), sectie 1, en draagt rasnummer 122. Het land van herkomst van de standaard is Engeland, waar het ras werd ontwikkeld. Het oorspronkelijke gebruik van de labrador is het apporteren van wild.
Wat zegt de standaard over het karakter?
Volgens de FCI-standaard heeft de labrador een goed temperament, is hij zeer behendig en beschikt hij over een uitstekende geurzin. Hij is zacht in de mond, houdt uitgesproken van water en is een toegewijde, makkelijk aanpasbare metgezel. De standaard beschrijft hem als intelligent, levendig en gezeglijk, met een sterke wil om zijn baas te behagen, en met een vriendelijk karakter zonder enig spoor van agressie of ongepaste schuwheid.
Kerngegevens uit de standaard
- FCI-groep: 8, sectie 1 (apporteurs)
- Rasnummer: 122
- Land van herkomst: Engeland
- Gebruik: apporteren
De standaard erkent drie effen kleuren: zwart, geel en lever/chocolade. De bruine labrador valt onder de chocoladevariant en voldoet, op de vachtkleur na, aan exact dezelfde eisen voor bouw, vacht en karakter als de andere kleuren.
Verder lezen op bruinelab.nl
Bron: Fédération Cynologique Internationale, rasstandaard nr. 122 — fci.be